in de voetsporen van Zeno
wandelen in Brugge

terug


STADSWANDELING BRUGGE: “MARGUERITE YOURCENAR IN DE VOETSPOREN VAN ZENO”
traject en tekst: Piet Hardeman

Brugge was een van de lievelingssteden van Marguerite Yourcenar en is de geboorteplaats van Zeno, het hoofdpersonage uit haar boek ‘L’Oeuvre au Noir’. Dit boek verscheen in Parijs in 1968, het jaar van de studentenrevolte in mei. Het werd voor het eerst vertaald in het Nederlands door Jenny Tuin in 1971. Zeno is arts, alchemist en filosoof. Zijn devies luidde “Ego unum et multis in me”. Yourcenar  verbleef verschillende keren in Brugge: in november 1968, onder meer voor een lezing voor de literaire kring Moritoen. In 1971 blijft ze ongeveer de hele maand april: ze gaat in de voetsporen van Zeno op verkenning in de stad. Merkwaardig is dat Yourcenar nooit in Brugge was geweest vóór het verschijnen van Het hermetisch zwart. Later komt ze vooral in de winter: twee weken eind november begin december 1980, nog eens einde 1981, november 1983 en  december 1984. In het voorjaar van 1986 is ze een laatste keer in ons land, onder meer voor een gesprek met André Delvaux in Brussel. Ze had er vrienden: Mevrouw Lucienne De Reyghere van de gelijknamige boekhandel op de Markt  (Lucienne  wordt bij naam bedankt in de ‘Aantekeningen’ aan het einde van ‘Dierbare nagedachtenis’) en het gezin van journalist Anthony Mertens. In 1987 had Yourcenar nog gevraagd of hun dochter Martha, een verpleegster, bereid zou zijn om haar te vergezellen op een lange trip naar Nepal en Tibet. Vanaf 1980 bezocht ze ook verschillende keren Het Zwin en werd ze bevriend met conservator Guido Burggraeve. Ook Mevrouw Germaine Faider, een archeologe die in Spinolarei woonde en met Mevrouw Rita Manderbach, weduwe van haar oom Jean de Cartier de Marchienne, die bij de Ezelpoort in de Werfstraat woonde, behoorden tot haar vriendenkring.

 


Start aan het Concertgebouw op Het Zand
Vertrek via de Zuidzandstraat, een drukke winkelstraat.

Meteen gaat het rechtsaf: een kort stukje Hoogste van Brugge en linksaf volg je de Korte Vuldersstraat tot het einde.
Stap verder rechtdoor via de straat ‘Sint-Salvatorskerkhof’, maar blijf steeds rechts van de Sint-Salvatorkathedraal  (sla de Heilige Geeststraat niet in) en zo kom je via  de Sint-Salvatorskoorstraat en Simon Stevinplein naar de Oude Burg (vanaf Sint-Salvatorskoorstraat is dit rechtdoor).

 


Bemerk aan je rechterkant (direct na Simon Stevinplein) op nummer 33 een prachtig huis in renaissancestijl.
Het huis dateert uit 1571, de eeuw van Zeno. Hij zal het wel niet gekend hebben, want Yourcenar situeert het levenseinde van Zeno in februari 1569.
Twee medaillons versieren de voorgevel: links Mercurius, de god van de wetenschap en rechts Ceres, de godin van de landbouw



Wat verder aan je linkerkant, iets over de Loppemstraat, achteraan in een steeg, Oude Zomerstraat op nummer 2, de woning van Zeno, althans volgens sommige bronnen. Het huis is nu de woning van de bekende kalligraaf Broes.
Neem dan wat verder tweede straat links de Hallestraat en je komt uit op de Markt.


Links op nummer 12 bevindt zich de boekhandel De Reyghere, een geschiedenis op zich want de oudste boekhandel in Vlaanderen.
De heer en mevrouw De Reyghere - Laridon begonnen in 1888  een boekhandel en drukkerij in de Geldmuntstraat 13-15.
In 1920 verhuist de boekhandel naar de hoek van de Wollestraat en Breidelstraat.
In 1930 neemt Lucien De Reyghere zijn intrek in het huidige  gebouw op de Markt.
Voor boeken in het Frans en het Engels was dit the place to be.
In 1953 neemt Lucienne de boekhandel over van haar vader en literatuur neemt al haar tijd in beslag.
Heel wat bekende namen kwamen hier over de vloer.
Haar eerste contact met Yourcenar dateert uit 1970-71: de schrijfster wordt lid van de Académie Royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique.
Lucienne, die het werk van Yourcenar op de voet volgde, ging haar toen in Brussel opzoeken.
Telkens Yourcenar naar Brugge kwam, bezocht ze de boekhandel en genoot ze van op de eerste verdieping van het mooie uitzicht op de Grote Markt.
In het gastenboek schreef ze op 8 april 1871:”Avec le souvenir du beffroi contemplé à travers les belles fenêtres dans le salon d’autrefois, et avec mes remerciements pour aimer et servir les livres”.
In 1988 nemen Joris en Ivy (Yvonne) Barbier-Steinbergen de boekhandel over van hun tante.
Een prachtige foto van Yourcenar prijkt achteraan in de winkel, die meer dan ooit een rijke keuze van boeken in verschillende talen aan de lezer aanbiedt.
Reisliteratuur heeft een eigen onderdak gekregen in het pand ernaast.


 


‘Het hermetisch zwart’
bestaat uit 3 delen: Het zwervende leven, Het gebonden leven en De gevangenis.  De titel verwijst naar een oude alchemistische formule en slaat op de fase van de ontbinding en splitsing van de stof, het eerste stadium op de weg naar de bereiding van goud.

In het kort gaat het boek over een man die in de 16de eeuw, gedreven door duistere redenen en onder een valse naam, opgejaagd en overal gezocht waar religieuze en politieke orthodoxie het zwaard hanteert, terugkeert naar zijn geboortestad Brugge. Hij zwierf  twintig jaar rond in Europa  in de hoop dat men hem vergeten heeft.  Stap voor stap, naar aanleiding van enkele toevallige ontmoetingen en al even toevallige gebeurtenissen, beginnen de mensen uit zijn omgeving de puzzel van zijn bestaan en zijn ideeën, in hun herinnering te reconstrueren. Het maakt van hem een ‘man voor de brandstapel’. Zeno is zijn naam.

Toen Zeno naar Brugge terugkeerde in het gezelschap van de prior van de Kordeliers, kwamen ze aan op de Grote Markt.
Uit het tweede deel, eerste hoofdstuk, ‘De terugkeer in Brugge’: ”Op de Grote Markt van Brugge namen de twee mannen ten slotte afscheid met beleefde woorden en wederzijdse aanbiedingen van diensten voor de toekomst. De prior liet zich in zijn huurkoets naar zijn klooster rijden en Zeno, blij zijn benen te strekken na de lange onbeweeglijkheid van de reis, nam zijn bagage onder zijn arm. Hij was verbaasd zonder moeite zijn weg te vinden in de straten van deze stad die hij in meer dan dertig jaren niet had teruggezien.”

Bij zijn terugkeer neemt Zeno zijn intrek bij zijn vriend Jean Myers, een chirurgijn-barbier, ‘ongeëvenaard in het aderlaten en het van de steen snijden’, die woont aan de Houtkade. Hij had daar, bij zijn vertrek uit Brugge, zijn geschriften achtergelaten. Later betrekt hij een kamer in het Sint-Cosmashospitaal.

Beide plaatsen zijn niet te situeren in het huidige Brugge.

 

 


Je stapt nu voorbij de Stadshallen met het bekende belfort en je dwarst de Wollestraat.
In deze straat situeert Yourcenar het huis van bankier Henri-Juste Ligre.

 


In het eerste hoofdstuk van het eerste deel ‘De heerbaan’ zegt Henri-Maximilien Ligre, toekomstig veldheer:
“... Moet ik mijn leven doorbrengen met het uitmeten van stukken laken in een winkel in de Wolstraat? Het gaat erom man te zijn.”

Het tweede hoofdstuk ‘De kinderjaren van Zeno’ begint als volgt: “Twintig jaren voordien was Zeno in Brugge ter wereld gekomen in het huis van Henri-Juste. Zijn moeder heette Hilzonde en zijn vader, Alberico de’ Numi, was een jonge prelaat, afstammend van een oud Florentijns geslacht.”
Zeno is geboren  op 23 februari 1510: zijn geboortedatum stond in Yourcenars agenda!
Zijn moeder is dus Hildezonde Ligre, een jongere zus van Henri-Juste.
Zijn vader is Alberico de Numi, een prelaat uit Firenze en neef van Giovanni de Medici.
Zo schrijft Yourcenar in hetzelfde hoofdstuk: “Al dadelijk werd Messer Alberico de Numi bekoord door dit meisje met haar tengere boezem en haar smalle gezichtje, dat door haar fluwelen gewaden, stijf van het goudstiksel, scheen te worden gedragen en dat zich op feestdagen tooide met juwelen die een keizerin haar zou hebben benijd. Haar lichte grijze ogen waren gevat in paarlemoerachtige, bijna roze oogleden; haar wat gezwollen mond scheen altijd gereed om een zucht of het eerste woord van een gebed of een lied te laten ontsnappen. En misschien verlangde men alleen haar te ontkleden omdat het moeilijk was zich haar naakt voor te stellen.
Op een sneeuwachtige avond, die meer dan gewoonlijk deed dromen van behaaglijk warme bedden in goed gesloten kamers, liet een omgekochte dienstbode Messer Alberico binnen in het badvertrek waar Hilzonde haar lange krullende haren, die haar als een mantel omhulden, met zemelen wreef. Het meisje verborg haar gezicht, maar gaf zonder tegenstand haar lichaam, schoon en blank als een gepelde amandel, over aan de ogen, de lippen en de handen van de minnaar”…
Bijna twee pagina’s verder…
“Gelaarsd, gespoord, met leren handschoenen aan en een vilten hoed op, meer dan ooit man van de wereld en minder dan ooit dienaar der Kerk, trad hij bij Hilzonde binnen om haar zijn vertrek aan te kondigen. Zij was zwanger. Ze wist het. Ze zei het hem niet. Te bescheiden om zijn ambitieuze plannen iets in de weg te leggen, was ze tevens te trots om zich te beroepen op een bekentenis die haar ranke middel en haar platte buik nog niet bevestigden.”

Na dit korte verblijf in Brugge keert Alberico de Numi terug naar Italië om de opvolging van Paus Julius II te regelen.
Hildezonde wil de geboorte van Zeno aan de vader laten weten, ze schrijft met veel moeite een brief die ze hem via een Genuese koopman laat bezorgen.
Messer Alberico liet niets van zich horen.
Hij wordt kardinaal op zijn 30ste.
Kort daarna wordt hij gedood tijdens een braspartij in een wijngaard van de familie Farnese.
Hildezonde trouwt, na de dood van Alberico de Numi, met Simon Adriansen, een rijke koopman op leeftijd uit Zeeland.
Hij was al tweemaal weduwnaar, de twee echtgenotes liggen in Middelburg begraven.

In de vroegere stallen van de Ligres had zich een smid geïnstalleerd, Pieter Cassel. Diens zoon Josse komt op een avond de hulp van Zeno inroepen om  zijn neef Han te verzorgen die zijn been gebroken heeft en die in een erbarmelijke toestand lag in een kamertje achter de smidse.

 

 


De Breidelstraat, rechts van het postkantoor, leidt je naar de Burg.

Onder de bomen van nu stond eertijds de Sint-Donatiuskerk met kapittelschool.

Het grondplan ervan is zichtbaar in het plaveisel van het plein, maar nu echter gedeeltelijk bedekt door het paviljoen van Toyo Ito met waterpartij.

 


Steeds in het tweede hoofdstuk lezen we: “Zeno groeide op voor de kerk. Het priesterschap bleef voor een bastaard het zekerste middel om een onbezorgd leven te leiden en tot ereposten te worden toegelaten…. Henri-Juste vertrouwde de scholier toe aan zijn zwager Bartholommé Campanus, kanunnik van de Sint-Donatiuskerk in Brugge. Deze geleerde, afgemat door gebed en door de studie van de schone letteren, was zo zachtmoedig dat hij al een oude man leek. Hij onderwees zijn leerling Latijn, het beetje dat hij van Grieks en van alchimie afwist, en trachtte de belangstelling van zijn pupil voor de wetenschappen te bevredigen met behulp van de Naturalis Historia van Plinius. De koude studeerkamer van de kanunnik was een toevluchtsoord waar de jongen ontsnapte aan de handelsagenten die hun Engelse laken aanprezen, aan de alledaagse wijsheid van Henri-Juste en aan de liefkozingen van de kamermeisjes die het op zijn jeugd gemunt hadden.”
Toen hij aan de Theologische school in Leuven studeerde, vielen zijn snijdende stem en zijn knap uiterlijk op.
Na een nacht in de stadsgevangenis wordt Zeno opgesloten in een kamer, voorzien van stevige tralies en grendels, gelegen aan de binnenplaats van de oude griffie.
Die ‘criminele griffie”’ bevond zich, links van het halfronde koor, in de benedenkapel van het Heilig Bloed.

 

 


Andere gebouwen op het plein dateren van tijdens het leven van Zeno of van ervoor: het stadhuis (1464) en de Oude Civiele Griffie (1534).

Aan het einde van de Vismarkt met zuilengalerij, sla je rechts de Braambergstraat in tot de Rozenhoedkaai.
Onmiddellijk links sla je het Pandreitje in en maak je een zijsprongetje tot bij het Pandhotel. Vanaf 1980 wordt dit hotel haar vaste stek  als Yourcenar in Brugge verblijft.
Ze kiest telkens voor kamer 302 op de derde verdieping omdat ze vanuit die sobere kamer een schitterend zicht heeft op de toren (122 meter hoog) van de O.-L.-Vrouwkerk.
In het gastenboek schrijft ze op 5 december 1980: “Merci à  toute la direction du Pand Hotel pour quinze jours d’ une hospitalité charmante”.

 

 


In ‘Sur l’île du Mont-Désert’, een onderhoud met Philippe Dasnoy (RTBF, 16 april 1975), antwoordt Yourcenar op de vraag of ze van Brugge houdt: “Ja, ik ben er meer dan eens geweest in mijn leven en ik heb er opnieuw ongeveer zes weken verbleven in 1971, van dit bezoek heb ik een bijna magische herinnering bewaard. De wandelingen van Zeno, die ik lange tijd bestudeerd had op plattegronden van de stad uit de 16de eeuw, heb ik overgedaan. Ik heb ze opnieuw gewandeld, een voor een, om uit te zoeken welke straatjes, steegjes, binnenweggetjes een opgejaagd man zou nemen om in het geheim een gekwetste opstandeling te gaan verzorgen. Ik beken dat ik me zo dicht bij dit verhaal betrokken voel dat het onmogelijk is om de klokken van de O.-L.-Vrouwkerk te horen luiden zonder dat ik meteen in de sfeer beland van de laatste dagen van Zeno.”

Yourcenar hield van Zeno als van een broer. In haar ‘Carnets de Note de L’Oeuvre au Noir’ zegt ze: “Hoe vaak heb ik ’s nachts, als ik niet kon slapen, de indruk gehad mijn hand uit te steken naar Zeno die, op hetzelfde bed gelegen, uitrustte van het bestaan. Ik ken precies die hand van een matbruine kleur, heel sterk, lang, met spatelvormige, pezige vingers en vrij lichte en grote, kort afgeknipte nagels. Benige pols, de handpalm vrij hol en doorploegd met talloze lijnen. Ik ken de druk van die hand, ik ken precies haar warmtegraad. (Hadrianus’ hand heb ik nooit gegrepen). Dit fysieke gebaar van het uitsteken van mijn hand naar die verzonnen man heb ik meer dan eens gemaakt.

 

 


Keer terug naar de Rozenhoedkaai en volg het water naar links tot de Dijver. Juist over de Nepomucenusbrug (let even op het beeld), zie je aan de rechterkant het terras van hotel  “De Orangerie”. Hier overnachtte Yourcenar in 1986 omdat het Pandhotel volgeboekt was.
Volg verder de Dijver en juist vóór de volgende brug stap je linksaf, onder de 18de eeuwse toegangspoort naar het Arentshof. (Het straatje naast deze poort heet ‘Groeninge’).


 


‘Het hermetisch zwart’ eindigt met een blanco bladzijde met daarop in gotische hoofdletters “Als ich kan”, de lijfspreuk van Jan van Eyck wiens werk  te bewonderen is in het Groeningemuseum.
In haar ‘Carnets de Note de L’Oeuvre au Noir’ schrijft Yourcenar: “In 1971 ben ik in de straten van Brugge alle gangen van Zeno nog eens nagegaan (…) Ochtendwandelingen, een hele aprilmaand lang, soms in de zon, vaker in nevel of motregen. En met mij Valentine, het mooie, lieve, blonde wezen, dat krachtig blafte tegen de paarden (wat ik haar belette), dat vrolijk over de binnenplaats van Gruuthuse rende, dat in de tuin van het Begijnhof rondsprong tussen de narcissen – en nu (zes maanden later, 3 oktober 1971) even dood als Idelette, als Zeno, als Hilzonde.

In haar werkkamer in Petite Plaisance (haar huis in Mount Desert Island, Maine, USA) beschikte Yourcenar over hele mappen vol met plattegronden van Brugge uit de 16de eeuw en met kopieën van schilderijen van Memling en van Eyck, Breughel en Bosch. Sommige kopieën waren tot in detail uitvergroot.

 

 


Op het einde van het Arentshof, in de hoek rechts, stap je over de schilderachtige Bonifatiusbrug en dan bemerk je links het borstbeeld van Juan Vivès uit 1957, een Spaanse humanist, filosoof, socioloog en tijdgenoot van Zeno.

 


Hij is geboren in 1492 in en vestigde zich in 1512 in Brugge bij een koopman uit Valencia, Valdaura en trouwde er met diens dochter Margarita.
Hij wordt gastdocent in Leuven en geraakt bevriend met Erasmus.
Van 1523 tot 1528 doceert hij Grieks in Oxford en wordt opvoeder van de dochter van Hendrik VIII en Catharina van Aragon, de latere koningin Maria Tudor.
Hij keert terug naar Brugge en zijn laatste 12 jaren worden zijn productiefste en hij maakt naam als pedagoog.
Hij stierf in Brugge in 1540 en werd begraven in de Sint-Donatiuskerk.

 

 


Links over het water zie je een prachtige woning met trapgevels, sierlijke schoorstenen, dakkapellen, in de muur een deur... Volgens sommige bronnen wees Marguerite Yourcenar dit aan als het huis van Zeno.

 


“De bodem onder Brugge was een netwerk van onderaardse gangen die elkaar van winkel tot winkel en van kelder tot kelder kruisten. Alleen een verlaten huis scheidde de bijgebouwen van het klooster der Kordeliers van dat van de zusters Bernardijnen; broeder Florian, die een beetje metselaar en een beetje schilder was, had bij zijn reparatiewerkzaamheden aan de kapel en de kloostergangen oude dampbaden of oude wasplaatsen kunnen vinden welke voor het groepje dwazen een geheime kamer en een zoete wijkplaats waren geworden”.
Met een beetje verbeelding kun je bij deze passage uit het hoofdstuk “De onrust van de zinnen” je heel wat voorstellen.
“De Engelenbijeenkomsten” zoals ze genoemd zijn in het boek, liggen aan de basis van de val van Zeno.

Zijn Verhandeling over de stoffelijke wereld en zijn Protheorieën waren een doorn in het oog van de Inquisitie die hem tot de brandstapel veroordeelde. Hij sneed de aders van zijn scheenbeen en polsen open met een dun en buigzaam scheermes dat hij tussen twee dunne latjes verborgen had in zijn cel. “Maar elke minuut die verstreek was een trimof”…”Hij trachtte de tijd te berekenen die zou verstrijken voordat de rode plas zich tot aan de andere kant van de drempel zou uitstrekken, door de dunne barrière van het hemd heen. Maar het deed er weinig toe: hij was gered.” En het boek eindigt: “Hij zag niet meer, maar de geluiden van buiten drongen nog tot hem door. Evenals destijds in Sint-Cosmas weerklonken haastige voetstappen door de gang: het was de cipier die op de grond een donkere plas had ontdekt. Een ogenblik eerder zou een ontzetting de stervende hebben aangegrepen bij de gedachte dat hij zou worden betrapt en gedwongen om nog enkele uren langer te leven en te sterven. Maar alle spanning had opgehouden: hij was vrij; deze man, die tot hem kwam kon slechts een vriend zijn. Hij deed een poging, of meende die te doen, om overeind te komen, zonder goed te weten of hij werd geholpen of dat hij het was die hulp bood. Het geknars van de omgedraaide sleutels en de weggeschoven grendels was voor hem niets anders meer dan het schrille geluid van een opengaande deur. En tot zo ver kan men gaan in het einde van Zeno.”

 

 


Je verlaat deze schitterende plek en je komt uit links van de O.-L.-Vrouwkerk met het beroemde Madonnabeeld met kind van Michelangelo en met de praalgraven van Maria van Bourgondië en van Karel de Stoute (16de eeuw).

Je dwarst de Mariastraat en je gaat rechts van het Memlingmuseum de ronde poort binnen tot in het vroegere Sint-Janshospitaal. De toren met zadeldak naast de ingang dateert uit de eerste helft van de 13de eeuw. De apotheek bevindt zich meteen aan je rechterkant, vlak achter een kruidentuin. De apotheek werd in 1645 in gebruik genomen en functioneerde nog tot 1971. Het ziekenhuis behoorde bij een klooster dat rond 1150 opgericht werd. Het was een van de eerste hospitalen van Europa en lag destijds aan de rand van de stad.

 


In ‘Het hermetisch zwart’ is er meer sprake van het Sint-Cosmashospitaal dan van het Sint-Janshospitaal.
Zeno werkte met twee monniken in de apotheek van het Sint-Cosmashospitaal die onder toezicht stond van de prior van de Kordeliers.
Zeno richt er een dispensarium op voor de armen uit de wijk en de boeren die op marktdagen naar de stad stroomden.
Toch komt ook de apotheek van het Sint-Janshospitaal ter sprake (hoofdstuk ‘De onrust van de zinnen’): ”Tijdens een epidemie was het Sint-Janshospitaal overvol met zieken”. Broeder Cypriaan gaat er naartoe om medicijnen te leen te halen of te brengen.
Ook Marguerite Yourcenar heeft vaak de apotheek van Sint-Jan bezocht.

Hier werden opnames gemaakt voor de film. ’Het hermetisch zwart’ werd, na een grondige studie van het boek en na veelvuldig overleg met Yourcenar over het scenario, door de Belgische cineast André Delvaux verfilmd met de Italiaanse acteur Gian Maria Volonte in de hoofdrol van Zeno. Er werd gedraaid van eind september tot half december 1987 onder meer in Brugge en Gent, Damme en Het Zwin, Beersel en Laarne. Marguerite Yourcenar was verwacht in november 87 op de set in Laarne maar het heeft niet mogen zijn. Yourcenar stierf, na een beroerte in november, op 17 december 1987 en heeft de film dus nooit gezien.

 

 


Je wandelt door het complex en als je dan de Reie volgt, kom je via een overdekte loods in de Zonnekemeers.
Je gaat hier naar links tot aan het stemmige Walplein.
Het Walplein volg je naar rechts, vervolgens de Wijngaardstraat ook naar rechts, tot op het Wijngaardplein.
Ga aan de pomp voor de dorstige paarden, rechtsaf, over de meest geschilderde brug met zijn drie bogen, naar het Begijnhof.


 


De toegangspoort dateert uit 1776 en de meeste huizen  zijn ook uit de 17de en 18de eeuw.
In 1230 werd het ‘prinselijk Begijnhof Ter Wijngaard’ opgericht.
De Begijnen zijn al lang vervangen door zusters Benedictinessen die je nog soms ziet voorbijgaan in hun 15de eeuwse kledij. Nog dagelijks verzorgen zij de liturgische getijden met gezangen in het gregoriaans in de Begijnhofkerk. De kerk dateert in haar huidige vorm van rond 1700. In 1584 brandde de kerk uit en werd 20 jaar later herbouwd. De kerk bevat het oudste Lievevrouwebeeld van Brugge uit 1240.

 

 


Je verlaat het Begijnhof naar links (keer dus niet terug naar de hoofdpoort) en je komt in de buurt van het Minnewater en het Sas.
Van aan het Sas heb je twee schilderachtige zichten: enerzijds naar Brugge toe en anderzijds naar het Minnewater.
Keer terug tot waar je het Begijnhof verliet en volg het Minnewater tot de Prof.Dr.J.Sebrechtsstraat, welke je volgt tot het einde.
Je steekt de Oostmeers over en via  het Eiland (rechts van eetkroeg “De Stoepa”) volg je naar rechts de Westmeers: geniet nog na van de rust en de vele typische huisjes.
Tenslotte, aan St.-Jan in de Meers ga je links naar ’t Zand.
Zo bereik je opnieuw je startplaats.



PS
Yourcenar hield ook heel veel van de buurt rond de Sint-Annakerk en de Jeruzalemkerk, die gewijd was aan de Heilige Elisabeth van Hongarije die ze als kind had uitgebeeld in de processie op de Zwarteberg. Bij zijn vertrek uit Brugge vraagt Zeno aan Wivine die bij haar oom, pastoor van de Heilig Kruiskerk van Jeruzalem te Brugge, woont om een bundel te maken van zijn schriften om ze naar Jean Myers te brengen.
Deze buurt is niet in de wandeling opgenomen omdat de Jeruzalemkerk niet vrij toegankelijk is.



Bronnen
Jo Berten: ‘Brugge en de Franstalige letterkunde’ een gids voor literaire wandelingen
Michèle Goslar: ‘Marguerite Yourcenar Regards sur la Belgique’
Laure Borgomano et Adolphe Nysenholc: ‘André Delvaux Une Oeuvre-Un film L’Oeuvre au Noir’
Marguerite Yourcennar: ‘L’oeuvre au Noir” Editions Gallimard, Parijs 1968 .
Het boek werd in 1968 bekroond met de Femina Prijs
Marguerite Yourcenar: ‘Het hermetisch zwart’ 1971 Polak & Van Gennep Amsterdam

© Stichting Marguerite Yourcenar, Goeberg 3, 8954 Westouter - stichting.yourcenar@telenet.be


top



actielogo_natuurpunt.jpg    logo velt.jpg    logoJNM.jpg    logo SMY.jpg

 contact| disclaimer