|
STADSWANDELING BRUGGE: “MARGUERITE
YOURCENAR IN DE VOETSPOREN VAN ZENO”
traject en tekst: Piet Hardeman
Brugge
was een van de lievelingssteden van Marguerite Yourcenar en is de
geboorteplaats van Zeno, het hoofdpersonage uit haar boek ‘L’Oeuvre au
Noir’. Dit boek verscheen in Parijs in 1968, het jaar van de
studentenrevolte in mei. Het werd voor het eerst vertaald in het Nederlands
door Jenny Tuin in 1971. Zeno is arts, alchemist en filosoof. Zijn devies
luidde “Ego unum et multis in me”. Yourcenar verbleef verschillende keren in Brugge:
in november 1968, onder meer voor een lezing voor de literaire kring
Moritoen. In 1971 blijft ze ongeveer de hele maand april: ze gaat in de
voetsporen van Zeno op verkenning in de stad. Merkwaardig is dat Yourcenar
nooit in Brugge was geweest vóór het verschijnen van Het hermetisch zwart.
Later komt ze vooral in de winter: twee weken eind november begin december
1980, nog eens einde 1981, november 1983 en
december 1984. In het voorjaar van 1986 is ze een laatste keer in
ons land, onder meer voor een gesprek met André Delvaux in Brussel. Ze had
er vrienden: Mevrouw Lucienne De Reyghere van de gelijknamige boekhandel op
de Markt (Lucienne wordt bij naam bedankt in de
‘Aantekeningen’ aan het einde van ‘Dierbare nagedachtenis’) en het gezin
van journalist Anthony Mertens. In 1987 had Yourcenar nog gevraagd of hun
dochter Martha, een verpleegster, bereid zou zijn om haar te vergezellen op
een lange trip naar Nepal en Tibet. Vanaf 1980 bezocht ze ook verschillende
keren Het Zwin en werd ze bevriend met conservator Guido Burggraeve. Ook
Mevrouw Germaine Faider, een archeologe die in Spinolarei woonde en met
Mevrouw Rita Manderbach, weduwe van haar oom Jean de Cartier de Marchienne,
die bij de Ezelpoort in de Werfstraat woonde, behoorden tot haar
vriendenkring.
|
|
|
|
Start aan het Concertgebouw
op Het Zand
Vertrek via de Zuidzandstraat, een drukke winkelstraat.
Meteen gaat het rechtsaf: een kort stukje Hoogste van Brugge en
linksaf volg je de Korte Vuldersstraat tot het einde.
Stap verder rechtdoor via de straat ‘Sint-Salvatorskerkhof’, maar
blijf steeds rechts van de Sint-Salvatorkathedraal (sla de Heilige Geeststraat niet in) en
zo kom je via de Sint-Salvatorskoorstraat
en Simon Stevinplein naar de Oude Burg (vanaf
Sint-Salvatorskoorstraat is dit rechtdoor).
|
|
|
Bemerk aan je rechterkant (direct
na Simon Stevinplein) op nummer 33
een prachtig huis in renaissancestijl.
Het huis dateert uit 1571, de eeuw van Zeno. Hij zal het wel niet gekend
hebben, want Yourcenar situeert het levenseinde van Zeno in februari
1569.
Twee medaillons versieren de voorgevel: links Mercurius, de god van de wetenschap
en rechts Ceres, de godin van de landbouw
|
|
|
Wat verder aan je linkerkant, iets over de Loppemstraat, achteraan in een
steeg, Oude Zomerstraat op nummer 2, de woning van Zeno, althans
volgens sommige bronnen. Het huis is nu de woning van de bekende
kalligraaf Broes.
Neem dan wat verder tweede straat links de Hallestraat en je komt
uit op de Markt.
|
|
|
Links
op nummer 12 bevindt zich de boekhandel
De Reyghere, een geschiedenis op zich want de oudste boekhandel in
Vlaanderen.
De heer en mevrouw De Reyghere - Laridon begonnen in 1888 een boekhandel en drukkerij in de
Geldmuntstraat 13-15.
In 1920 verhuist de boekhandel naar de hoek van de Wollestraat en
Breidelstraat.
In 1930 neemt Lucien De Reyghere zijn intrek in het huidige gebouw op de Markt.
Voor boeken in het Frans en het Engels was dit the place to be.
In 1953 neemt Lucienne de boekhandel over van haar vader en literatuur
neemt al haar tijd in beslag.
Heel wat bekende namen kwamen hier over de vloer.
Haar eerste contact met Yourcenar dateert uit 1970-71: de schrijfster
wordt lid van de Académie Royale de Langue et de Littérature françaises
de Belgique.
Lucienne, die het werk van Yourcenar op de voet volgde, ging haar toen in
Brussel opzoeken.
Telkens Yourcenar naar Brugge kwam, bezocht ze de boekhandel en genoot ze
van op de eerste verdieping van het mooie uitzicht op de Grote Markt.
In het gastenboek schreef ze op 8 april 1871:”Avec
le souvenir du beffroi contemplé à travers les belles fenêtres dans le
salon d’autrefois, et avec mes remerciements pour aimer et servir les
livres”.
In
1988 nemen Joris en Ivy (Yvonne) Barbier-Steinbergen de boekhandel over
van hun tante.
Een prachtige foto van Yourcenar prijkt achteraan in de winkel, die meer
dan ooit een rijke keuze van boeken in verschillende talen aan de lezer
aanbiedt.
Reisliteratuur heeft een eigen onderdak gekregen in het pand ernaast.
|
|
|
|
‘Het hermetisch zwart’ bestaat uit 3 delen: Het zwervende
leven, Het gebonden leven en De gevangenis. De titel verwijst naar een oude
alchemistische formule en slaat op de fase van de ontbinding en splitsing
van de stof, het eerste stadium op de weg naar de bereiding van goud.
In het kort gaat het boek over een man die in de
16de eeuw, gedreven door duistere redenen en onder een valse
naam, opgejaagd en overal gezocht waar religieuze en politieke orthodoxie
het zwaard hanteert, terugkeert naar zijn geboortestad Brugge. Hij
zwierf twintig jaar rond in
Europa in de hoop dat men hem
vergeten heeft. Stap voor stap,
naar aanleiding van enkele toevallige ontmoetingen en al even toevallige
gebeurtenissen, beginnen de mensen uit zijn omgeving de puzzel van zijn
bestaan en zijn ideeën, in hun herinnering te reconstrueren. Het maakt
van hem een ‘man voor de brandstapel’. Zeno is zijn naam.
Toen Zeno naar Brugge
terugkeerde in het gezelschap van de prior van de Kordeliers, kwamen ze
aan op de Grote Markt.
Uit het tweede deel, eerste hoofdstuk, ‘De terugkeer in Brugge’: ”Op de
Grote Markt van Brugge namen de twee mannen ten slotte afscheid met
beleefde woorden en wederzijdse aanbiedingen van diensten voor de
toekomst. De prior liet zich in zijn huurkoets naar zijn klooster rijden
en Zeno, blij zijn benen te strekken na de lange onbeweeglijkheid van de
reis, nam zijn bagage onder zijn arm. Hij was verbaasd zonder moeite zijn
weg te vinden in de straten van deze stad die hij in meer dan dertig
jaren niet had teruggezien.”
Bij zijn terugkeer neemt
Zeno zijn intrek bij zijn vriend Jean Myers, een chirurgijn-barbier,
‘ongeëvenaard in het aderlaten en het van de steen snijden’, die woont
aan de Houtkade. Hij had daar, bij zijn vertrek uit Brugge, zijn
geschriften achtergelaten. Later betrekt hij een kamer in het
Sint-Cosmashospitaal.
Beide plaatsen zijn niet te situeren in het
huidige Brugge.
|
|
|
|
Je stapt nu voorbij de Stadshallen met het bekende belfort en je dwarst
de Wollestraat.
In deze straat situeert Yourcenar het huis van bankier Henri-Juste Ligre.
|
|
|
|
In het
eerste hoofdstuk van het eerste deel ‘De heerbaan’ zegt Henri-Maximilien
Ligre, toekomstig veldheer:
“... Moet ik mijn leven doorbrengen met het uitmeten van stukken laken in
een winkel in de Wolstraat? Het gaat erom man te zijn.”
Het tweede hoofdstuk ‘De kinderjaren van Zeno’
begint als volgt: “Twintig jaren voordien was Zeno in Brugge ter wereld
gekomen in het huis van Henri-Juste. Zijn moeder heette Hilzonde en zijn
vader, Alberico de’ Numi, was een jonge prelaat, afstammend van een oud
Florentijns geslacht.”
Zeno is geboren op 23 februari
1510: zijn geboortedatum stond in Yourcenars agenda!
Zijn moeder is dus Hildezonde Ligre, een jongere zus van Henri-Juste.
Zijn vader is Alberico de Numi, een prelaat uit Firenze en neef van
Giovanni de Medici.
Zo schrijft Yourcenar in hetzelfde hoofdstuk: “Al dadelijk werd Messer
Alberico de Numi bekoord door dit meisje met haar tengere boezem en haar
smalle gezichtje, dat door haar fluwelen gewaden, stijf van het
goudstiksel, scheen te worden gedragen en dat zich op feestdagen tooide
met juwelen die een keizerin haar zou hebben benijd. Haar lichte grijze
ogen waren gevat in paarlemoerachtige, bijna roze oogleden; haar wat
gezwollen mond scheen altijd gereed om een zucht of het eerste woord van
een gebed of een lied te laten ontsnappen. En misschien verlangde men
alleen haar te ontkleden omdat het moeilijk was zich haar naakt voor te
stellen.
Op een sneeuwachtige avond, die meer dan gewoonlijk deed dromen van
behaaglijk warme bedden in goed gesloten kamers, liet een omgekochte
dienstbode Messer Alberico binnen in het badvertrek waar Hilzonde haar
lange krullende haren, die haar als een mantel omhulden, met zemelen
wreef. Het meisje verborg haar gezicht, maar gaf zonder tegenstand haar
lichaam, schoon en blank als een gepelde amandel, over aan de ogen, de
lippen en de handen van de minnaar”…
Bijna twee pagina’s verder…
“Gelaarsd, gespoord, met leren handschoenen aan en een vilten hoed op,
meer dan ooit man van de wereld en minder dan ooit dienaar der Kerk, trad
hij bij Hilzonde binnen om haar zijn vertrek aan te kondigen. Zij was
zwanger. Ze wist het. Ze zei het hem niet. Te bescheiden om zijn
ambitieuze plannen iets in de weg te leggen, was ze tevens te trots om
zich te beroepen op een bekentenis die haar ranke middel en haar platte
buik nog niet bevestigden.”
Na dit korte verblijf in Brugge keert Alberico
de Numi terug naar Italië om de opvolging van Paus Julius II te regelen.
Hildezonde wil de geboorte van Zeno aan de vader laten weten, ze schrijft
met veel moeite een brief die ze hem via een Genuese koopman laat
bezorgen.
Messer Alberico liet niets van zich horen.
Hij wordt kardinaal op zijn 30ste.
Kort daarna wordt hij gedood tijdens een braspartij in een wijngaard van
de familie Farnese.
Hildezonde trouwt, na de dood van Alberico de Numi, met Simon Adriansen,
een rijke koopman op leeftijd uit Zeeland.
Hij was al tweemaal weduwnaar, de twee echtgenotes liggen in Middelburg
begraven.
In de vroegere stallen van de Ligres had zich
een smid geïnstalleerd, Pieter Cassel. Diens zoon Josse komt op een avond
de hulp van Zeno inroepen om zijn
neef Han te verzorgen die zijn been gebroken heeft en die in een
erbarmelijke toestand lag in een kamertje achter de smidse.
|
|
|
|
De Breidelstraat, rechts van het
postkantoor, leidt je naar de Burg.
Onder de bomen van
nu stond eertijds de Sint-Donatiuskerk met kapittelschool.
Het grondplan
ervan is zichtbaar in het plaveisel van het plein, maar nu echter
gedeeltelijk bedekt door het paviljoen van Toyo Ito met waterpartij.
|
|
|
|
Steeds
in het tweede hoofdstuk lezen we: “Zeno groeide op voor de kerk. Het
priesterschap bleef voor een bastaard het zekerste middel om een
onbezorgd leven te leiden en tot ereposten te worden toegelaten….
Henri-Juste vertrouwde de scholier toe aan zijn zwager Bartholommé
Campanus, kanunnik van de Sint-Donatiuskerk in Brugge. Deze geleerde,
afgemat door gebed en door de studie van de schone letteren, was zo
zachtmoedig dat hij al een oude man leek. Hij onderwees zijn leerling
Latijn, het beetje dat hij van Grieks en van alchimie afwist, en trachtte
de belangstelling van zijn pupil voor de wetenschappen te bevredigen met
behulp van de Naturalis Historia van Plinius. De koude studeerkamer van
de kanunnik was een toevluchtsoord waar de jongen ontsnapte aan de
handelsagenten die hun Engelse laken aanprezen, aan de alledaagse
wijsheid van Henri-Juste en aan de liefkozingen van de kamermeisjes die
het op zijn jeugd gemunt hadden.”
Toen hij aan de Theologische school in Leuven studeerde, vielen zijn
snijdende stem en zijn knap uiterlijk op.
Na een nacht in de stadsgevangenis wordt Zeno opgesloten in een kamer,
voorzien van stevige tralies en grendels, gelegen aan de binnenplaats van
de oude griffie.
Die ‘criminele griffie”’ bevond zich, links van het halfronde koor, in de
benedenkapel van het Heilig Bloed.
|
|
|
|
Andere gebouwen op het plein dateren van tijdens het leven van Zeno of
van ervoor: het stadhuis (1464) en de Oude Civiele Griffie (1534).
Aan het einde van
de Vismarkt met zuilengalerij, sla je rechts de Braambergstraat in
tot de Rozenhoedkaai.
Onmiddellijk links sla je het Pandreitje in en maak je een
zijsprongetje tot bij het Pandhotel. Vanaf 1980 wordt dit hotel haar
vaste stek als Yourcenar in Brugge
verblijft.
Ze kiest telkens voor kamer 302 op de derde verdieping omdat ze vanuit
die sobere kamer een schitterend zicht heeft op de toren (122 meter hoog)
van de O.-L.-Vrouwkerk.
In het gastenboek schrijft ze op 5 december 1980: “Merci à toute la direction du Pand Hotel pour
quinze jours d’ une hospitalité charmante”.
|
|
|
|
In ‘Sur l’île du Mont-Désert’, een
onderhoud met Philippe Dasnoy (RTBF, 16 april 1975), antwoordt Yourcenar
op de vraag of ze van Brugge houdt: “Ja, ik ben er meer dan eens geweest
in mijn leven en ik heb er opnieuw ongeveer zes weken verbleven in 1971,
van dit bezoek heb ik een bijna magische herinnering bewaard. De
wandelingen van Zeno, die ik lange tijd bestudeerd had op plattegronden
van de stad uit de 16de eeuw, heb ik overgedaan. Ik heb ze
opnieuw gewandeld, een voor een, om uit te zoeken welke straatjes,
steegjes, binnenweggetjes een opgejaagd man zou nemen om in het geheim
een gekwetste opstandeling te gaan verzorgen. Ik beken dat ik me zo dicht
bij dit verhaal betrokken voel dat het onmogelijk is om de klokken van de
O.-L.-Vrouwkerk te horen luiden zonder dat ik meteen in de sfeer beland
van de laatste dagen van Zeno.”
Yourcenar hield van Zeno als van een broer. In
haar ‘Carnets de Note de L’Oeuvre au Noir’ zegt ze: “Hoe vaak heb ik ’s
nachts, als ik niet kon slapen, de indruk gehad mijn hand uit te steken
naar Zeno die, op hetzelfde bed gelegen, uitrustte van het bestaan. Ik
ken precies die hand van een matbruine kleur, heel sterk, lang, met
spatelvormige, pezige vingers en vrij lichte en grote, kort afgeknipte
nagels. Benige pols, de handpalm vrij hol en doorploegd met talloze
lijnen. Ik ken de druk van die hand, ik ken precies haar warmtegraad.
(Hadrianus’ hand heb ik nooit gegrepen). Dit fysieke gebaar van het
uitsteken van mijn hand naar die verzonnen man heb ik meer dan eens
gemaakt.
|
|
|
|
Keer
terug naar de Rozenhoedkaai en volg het water naar links tot de Dijver.
Juist over de Nepomucenusbrug (let even op het beeld), zie je aan de
rechterkant het terras van hotel
“De Orangerie”. Hier overnachtte Yourcenar in 1986 omdat het
Pandhotel volgeboekt was.
Volg verder de Dijver en juist vóór de volgende brug stap je linksaf,
onder de 18de eeuwse toegangspoort naar het Arentshof.
(Het straatje naast deze poort heet ‘Groeninge’).
|
|
|
|
‘Het
hermetisch zwart’ eindigt met een blanco bladzijde met daarop in gotische
hoofdletters “Als ich kan”, de lijfspreuk van Jan van Eyck wiens
werk te bewonderen is in het
Groeningemuseum.
In
haar ‘Carnets de Note de L’Oeuvre au Noir’ schrijft Yourcenar: “In 1971
ben ik in de straten van Brugge alle gangen van Zeno nog eens nagegaan
(…) Ochtendwandelingen, een hele aprilmaand lang, soms in de zon, vaker
in nevel of motregen. En met mij Valentine, het mooie, lieve, blonde
wezen, dat krachtig blafte tegen de paarden (wat ik haar belette), dat
vrolijk over de binnenplaats van Gruuthuse rende, dat in de tuin van het
Begijnhof rondsprong tussen de narcissen – en nu (zes maanden later, 3
oktober 1971) even dood als Idelette, als Zeno, als Hilzonde.
In haar werkkamer in Petite Plaisance (haar huis
in Mount Desert Island, Maine, USA) beschikte Yourcenar over hele mappen
vol met plattegronden van Brugge uit de 16de eeuw en met
kopieën van schilderijen van Memling en van Eyck, Breughel en Bosch.
Sommige kopieën waren tot in detail uitvergroot.
|
|
|
|
Op
het einde van het Arentshof, in de hoek rechts, stap je over de
schilderachtige Bonifatiusbrug en dan bemerk je links het
borstbeeld van Juan Vivès uit 1957, een Spaanse humanist, filosoof,
socioloog en tijdgenoot van Zeno.
|
|
|
|
Hij is geboren in 1492 in en
vestigde zich in 1512 in Brugge bij een koopman uit Valencia, Valdaura en
trouwde er met diens dochter Margarita.
Hij wordt gastdocent in Leuven en geraakt bevriend met Erasmus.
Van 1523 tot 1528 doceert hij Grieks in Oxford en wordt opvoeder van de
dochter van Hendrik VIII en Catharina van Aragon, de latere koningin
Maria Tudor.
Hij keert terug naar Brugge en zijn laatste 12 jaren worden zijn
productiefste en hij maakt naam als pedagoog.
Hij stierf in Brugge in 1540 en werd begraven in de Sint-Donatiuskerk.
|
|
|
|
Links over het water zie je een prachtige woning met trapgevels,
sierlijke schoorstenen, dakkapellen, in de muur een deur... Volgens
sommige bronnen wees Marguerite Yourcenar dit aan als het huis van Zeno.
|
|
|
|
“De bodem onder Brugge was een netwerk van onderaardse gangen die elkaar
van winkel tot winkel en van kelder tot kelder kruisten. Alleen een
verlaten huis scheidde de bijgebouwen van het klooster der Kordeliers van
dat van de zusters Bernardijnen; broeder Florian, die een beetje
metselaar en een beetje schilder was, had bij zijn reparatiewerkzaamheden
aan de kapel en de kloostergangen oude dampbaden of oude wasplaatsen
kunnen vinden welke voor het groepje dwazen een geheime kamer en een
zoete wijkplaats waren geworden”.
Met een beetje verbeelding kun je bij deze passage uit het hoofdstuk “De
onrust van de zinnen” je heel wat voorstellen.
“De Engelenbijeenkomsten” zoals ze genoemd zijn in het boek, liggen aan
de basis van de val van Zeno.
Zijn Verhandeling
over de stoffelijke wereld en zijn Protheorieën waren een doorn in het
oog van de Inquisitie die hem tot de brandstapel veroordeelde. Hij sneed
de aders van zijn scheenbeen en polsen open met een dun en buigzaam
scheermes dat hij tussen twee dunne latjes verborgen had in zijn cel. “Maar elke minuut die verstreek was een
trimof”…”Hij trachtte de tijd te berekenen die zou verstrijken voordat de
rode plas zich tot aan de andere kant van de drempel zou uitstrekken,
door de dunne barrière van het hemd heen. Maar het deed er weinig toe:
hij was gered.” En het boek eindigt: “Hij zag niet meer, maar de geluiden van buiten drongen nog tot
hem door. Evenals destijds in Sint-Cosmas weerklonken haastige
voetstappen door de gang: het was de cipier die op de grond een donkere
plas had ontdekt. Een ogenblik eerder zou een ontzetting de stervende
hebben aangegrepen bij de gedachte dat hij zou worden betrapt en
gedwongen om nog enkele uren langer te leven en te sterven. Maar alle
spanning had opgehouden: hij was vrij; deze man, die tot hem kwam kon
slechts een vriend zijn. Hij deed een poging, of meende die te doen, om
overeind te komen, zonder goed te weten of hij werd geholpen of dat hij
het was die hulp bood. Het geknars van de omgedraaide sleutels en de
weggeschoven grendels was voor hem niets anders meer dan het schrille
geluid van een opengaande deur. En tot zo ver kan men gaan in het einde
van Zeno.”
|
|
|
|
Je verlaat deze schitterende plek en je komt uit links van de
O.-L.-Vrouwkerk met het beroemde Madonnabeeld met kind van Michelangelo
en met de praalgraven van Maria van Bourgondië en van Karel de Stoute (16de
eeuw).
Je dwarst de Mariastraat
en je gaat rechts van het Memlingmuseum de ronde poort binnen tot in het
vroegere Sint-Janshospitaal. De toren met zadeldak naast de ingang
dateert uit de eerste helft van de 13de eeuw. De apotheek
bevindt zich meteen aan je rechterkant, vlak achter een kruidentuin. De
apotheek werd in 1645 in gebruik genomen en functioneerde nog tot 1971.
Het ziekenhuis behoorde bij een klooster dat rond 1150 opgericht werd.
Het was een van de eerste hospitalen van Europa en lag destijds aan de
rand van de stad.
|
|
|
|
In ‘Het hermetisch zwart’ is er
meer sprake van het Sint-Cosmashospitaal dan van het Sint-Janshospitaal.
Zeno werkte met twee monniken in de apotheek van het Sint-Cosmashospitaal
die onder toezicht stond van de prior van de Kordeliers.
Zeno richt er een dispensarium op voor de armen uit de wijk en de boeren
die op marktdagen naar de stad stroomden.
Toch komt ook de apotheek van het Sint-Janshospitaal ter sprake
(hoofdstuk ‘De onrust van de zinnen’): ”Tijdens een epidemie was het
Sint-Janshospitaal overvol met zieken”. Broeder Cypriaan gaat er naartoe
om medicijnen te leen te halen of te brengen.
Ook Marguerite Yourcenar heeft vaak de apotheek van Sint-Jan bezocht.
Hier werden opnames gemaakt voor de film. ’Het
hermetisch zwart’ werd, na een grondige studie van het boek en na
veelvuldig overleg met Yourcenar over het scenario, door de Belgische
cineast André Delvaux verfilmd met de Italiaanse acteur Gian Maria
Volonte in de hoofdrol van Zeno. Er werd gedraaid van eind september tot
half december 1987 onder meer in Brugge en Gent, Damme en Het Zwin,
Beersel en Laarne. Marguerite Yourcenar was verwacht in november 87 op de
set in Laarne maar het heeft niet mogen zijn. Yourcenar stierf, na een
beroerte in november, op 17 december 1987 en heeft de film dus nooit
gezien.
|
|
|
|
Je
wandelt door het complex en als je dan de Reie volgt, kom je via een
overdekte loods in de Zonnekemeers.
Je gaat hier naar links tot aan het stemmige Walplein.
Het Walplein volg je naar rechts, vervolgens de Wijngaardstraat
ook naar rechts, tot op het Wijngaardplein.
Ga aan de pomp voor de dorstige paarden, rechtsaf, over de meest
geschilderde brug met zijn drie bogen, naar het Begijnhof.
|
|
|
|
De toegangspoort dateert uit 1776
en de meeste huizen zijn ook uit
de 17de en 18de eeuw.
In 1230 werd het ‘prinselijk Begijnhof Ter Wijngaard’ opgericht.
De Begijnen zijn al lang vervangen door zusters Benedictinessen die je
nog soms ziet voorbijgaan in hun 15de eeuwse kledij. Nog
dagelijks verzorgen zij de liturgische getijden met gezangen in het
gregoriaans in de Begijnhofkerk. De kerk dateert in haar huidige vorm van
rond 1700. In 1584 brandde de kerk uit en werd 20 jaar later herbouwd. De
kerk bevat het oudste Lievevrouwebeeld van Brugge uit 1240.
|
|
|
|
Je
verlaat het Begijnhof naar links (keer dus niet terug naar de hoofdpoort)
en je komt in de buurt van het Minnewater en het Sas.
Van aan het Sas heb je twee schilderachtige zichten: enerzijds naar
Brugge toe en anderzijds naar het Minnewater.
Keer terug tot waar je het Begijnhof verliet en volg het Minnewater tot
de Prof.Dr.J.Sebrechtsstraat, welke je volgt tot het einde.
Je steekt de Oostmeers over en via
het Eiland (rechts van eetkroeg “De Stoepa”) volg je naar
rechts de Westmeers: geniet nog na van de rust en de vele typische
huisjes.
Tenslotte, aan St.-Jan in de Meers ga je links naar ’t Zand.
Zo bereik je opnieuw je startplaats.
|
|
|
PS
Yourcenar
hield ook heel veel van de buurt rond de Sint-Annakerk en de
Jeruzalemkerk, die gewijd was aan de Heilige Elisabeth van Hongarije die
ze als kind had uitgebeeld in de processie op de Zwarteberg. Bij zijn
vertrek uit Brugge vraagt Zeno aan Wivine die bij haar oom, pastoor van
de Heilig Kruiskerk van Jeruzalem te Brugge, woont om een bundel te maken
van zijn schriften om ze naar Jean Myers te brengen.
Deze buurt is niet in de wandeling opgenomen omdat de Jeruzalemkerk niet
vrij toegankelijk is.
|
|
|
Bronnen
Jo Berten: ‘Brugge en de Franstalige letterkunde’ een gids voor literaire
wandelingen
Michèle Goslar: ‘Marguerite Yourcenar Regards sur la Belgique’
Laure Borgomano et Adolphe Nysenholc: ‘André Delvaux Une Oeuvre-Un film
L’Oeuvre au Noir’
Marguerite Yourcennar: ‘L’oeuvre au Noir” Editions Gallimard, Parijs 1968
.
Het boek werd in 1968 bekroond met de Femina
Prijs
Marguerite Yourcenar: ‘Het hermetisch zwart’ 1971 Polak & Van Gennep
Amsterdam
©
Stichting Marguerite Yourcenar, Goeberg 3, 8954 Westouter - stichting.yourcenar@telenet.be
|
|
top
|