‘Dat de gewone dagvlinder zeldzamer is, betekent iets'

De Standaard – 21 mei 2010

2010

 

De trend dat diersoorten die vroeger courant voorkwamen nu zeldzamer worden, baart biologen zorgen. ‘Ook in de achtertuin is visie op biodiversiteit nodig.'

‘De kans dat je tijdens een wandeling een dagpauwoog, een citroenvlinder of een klein vos tegenkomt, is dertig procent kleiner dan 15 jaar geleden', zegt Hans Van Dyck, professor Ecologie aan de UCL. ‘Tien jaar geleden toonden analyses al aan dat een derde van de Vlaamse dagvlindersoorten was uitgestorven en een derde bedreigd was. Een derde was niet bedreigd en kwam courant voor in het Vlaamse landschap. Maar nu zien we dat er ook sterke klappen vallen in het derde van voorheen niet-bedreigde soorten.'
Van Dyck noemt die trend erg verontrustend. ‘Want ze is een illustratie van een algemener fenomeen', zegt hij. Ook vogels zoals de veldleeuwerik of de kievit, die vroeger overal op de akkers voorkwamen, zijn ondertussen erg schaars geworden. ‘Veel mensen denken vaak dat het biodiversiteitsvraagstuk zich beperkt tot zeldzame fauna en flora, maar ook gewone soorten staan de laatste decennia erg onder druk.'
Hoe komt dat? ‘Het is een samenspel van verschillende factoren', zegt Van Dyck. ‘Vlaanderen heeft snippers natuur. Dat zijn natuurgebieden die door de overheid beschermd worden. Maar veel courante soorten zoals die vlinders leven in het landschap tussen die snippers. Het probleem is dat dat landschap de voorbije deccenia homogener is geworden. Minder houtkanten, minder wilde bloemen en minder hoekjes en kanten die kansen bieden aan insecten of vogels. Die eenheidsworst is slecht voor de biodiversiteit.'
Van Dyck is ervan overtuigd dat een creatief beleid nodig is om deze trend om te keren. ‘Maar het probleem is dat Vlaanderen voor het beschermen en handhaven van natuurgebieden en bedreigde soorten alleen de Europese richtlijnen prioritair vindt', zegt hij. ‘En de Europese regelgeving richt zich vooral op soorten die op Europees gebied van belang zijn. Dat zijn soorten die hoofdzakelijk in natuurgebieden voorkomen. Die snippers natuur worden dan beschermd, maar het beleid laat het gebied tussenin volledig links liggen.'
De richtlijnen waar Van Dyck het over heeft, zijn de zogenaamde vogelrichtlijn (1979) en habitatrichtlijn (1992). Vlaanderen heeft gebieden moeten afbakenen waar bepaalde soorten leven. Voor de vogelrichtlijn gaat het dan om zeldzame vogels. De habitatrichtlijn beschermt bijvoorbeeld bepaalde types duinen, heiden en vennen. Maar ook de gebieden waar zeldzame diersoorten zoals de boomkikker of de gladde slang voorkomen. De gebieden zijn ondertussen afgebakend, maar voorlopig wordt 90 procent ervan nog niet goed instandgehouden. ‘Vlaanderen werkt nu de zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen uit. Dat blijkt een moeizaam proces. De doelstellingen schrijven voor wat er in een gebied nodig is opdat bepaalde dieren of planten duurzaam overleven.'



top



actielogo_natuurpunt.jpg    logo velt.jpg    logoJNM.jpg    logo SMY.jpg

 contact| disclaimer