|
De Heidebeek ontspringt te Frankrijk, ongeveer
5 km ten zuiden van Steenvoorde-centrum op een hoogte van 50-60 m boven
de zeespiegel. De bovenloopjes verenigen zich ter hoogte van
Steenvoorde-centrum tot een enkelvoudig, meanderend waterloopje. Nabij
Watou (Warandehoek) komt de Heidebeek op Vlaams grondgebied en vormt ze
de natuurlijke rijksgrens tussen België en Frankrijk tot haar monding
in de IJzer, tussen Haringe en Roesbrugge.
Op Vlaamse zijde wordt enkel de gemeente Poperinge begrensd.
In Frankrijk
vormt ze de oostelijke begrenzing van een drietal gemeenten :
Steenvoorde, Winnezeele en Houtkerque.
Het Vlaamse
gedeelte van het stroomgebied van de Heidebeek beslaat een oppervlak
van 31,9 km² en ligt integraal op het grondgebied van de gemeente
Poperinge.
Het volledige
beektracé en zijn zijrivieren zijn ingesneden in een quartair dek
bovenop een ondiep gesitueerd tertiair kleisubstraat. Het quartair dek
heeft ter hoogte van de beekvallei en in het westelijke bekkengedeelte
een wisselende dikte van maximum 10 m en is vrij heterogeen van
samenstelling. De
samenstelling
kan variëren van klei, leem tot licht leemhoudend zand.
Het bekken van
de Heidebeek behoort tot de “zandleemstreek”.
Bij onderzoek in
2004-2005 werden in totaal op de Heidebeek 7 verschillende soorten
gevangen. Op de IJzer (ter hoogte van de monding van de Heidebeek)
werden 12 verschillende vissoorten aangetroffen.
Belangrijkste
hierbij zijn het Bermpje, dat in West-Vlaanderen slechts op een beperkt
aantal beken voorkomt, en de Kleine modderkruiper (die tot Haringe in
de Heidebeek wordt aangetroffen.
Tussen Haringe en Roesbrugge werd een Rivier- of Beekprik gevonden. Het
betrof een dood dier, en was te erg ontbonden, om een exacte
determinatie te kunnen maken.
Ter hoogte van
de Warandehoek komt een hellingbosje voor.
Het hellingbosje werd in detail bestudeerd in het kader van het project
‘Onderzoek naar autochtone bomen
en struiken in West-Vlaamse Heuvelland’ (1999). Het betreft een
relict in populieren- en eikenaanplant die reeds ten tijde van de
Ferrariskaart aanwezig was. Er werden volgende soorten er waargenomen:
Gewone esdoorn, Rode kornoelje, Hazelaar,Tweestijlige meidoorn,
Eenstijlige meidoorn, Gewone es, Klimop, Wilde kamperfoelie, Sleedoorn,
Zomereik, Aalbes, Hondsroos, Gewone vlier, Gladde iep, Gelderse roos en
Populus canadensis.
Tijdens een
andere onderzoek (2004-2005) werd ook de kruidlaag van het bosje
onderzocht.
Volgende soorten werden waargenomen: Klimop, Kleefkruid, Braam sp.,
Bosanemoon, Hondsdraf, Speenkruid, Grote brandnetel, Gele dovenetel,
Gewone engelwortel en Klimopereprijs. Braam sp. en Klimop zijn de
frequent voorkomende soorten. De voorjaarsbloeiers Bosanemoon en
Speenkruid en de andere vermelde soorten werden slechts in mindere mate
waargenomen.
Ondanks het feit
dat er in de 20ste eeuw zeer veel heggen, hagen en
houtkanten zijn verdwenen, resteren er nog veel houtkanten en
bomenrijen bij de Heidebeek.
Ze dienen als
perceelsafscheiding of zijn langsheen de waterlopen aangeplant.
Ook ter hoogte van de steilrand komen soms houtkanten voor.
De meest
voorkomende soorten in de houtkanten in de vallei van de Heidebeek en
langsheen de Heidebeek zijn Een- en Tweestijlige meidoorn, Sleedoorn en
Prunus sp. Ook Spaanse aak, Haagbeuk, Gewone vlier en rozen, vooral uit
de Hondsrozenfamilie, komen in de houtkanten voor. Vroeger werden deze
rozen systematisch verwijderd. Nu komen deze soorten weer voor in de
houtkanten.
Een aantal van
de aanwezige houtkanten vormen een schatkamer aan autochtoon
genenbronnen.
De bomenrijen
zijn meestal uit knotwilgen en knotpopulieren opgebouwd. Ter hoogte van
de monding van
de Heidebeek in
de IJzer werden recent Zwarte elzen aangeplant. Langsheen de IJzer komt
er stroomafwaarts van de monding van de Heidebeek een bomenrij voor met
populieren en nog verder stroomafwaarts Schietwilgen en Populieren.
Ter hoogte van
het kasteel van Houtkerke op Franse zijde komt een goed ontwikkelde
gemengde bomenrij voor met o.a. Gewone es, Spaanse aak en Zomereik.
Op Franse zijde liggen enkele jagersplassen, o.a. ter hoogte van de
monding van de Heidebeek in de IJzer en ter hoogte van de Wyngaert. Ter
hoogte van het smokkelbrugje in Haringe werd in 2004-2005 begonnen met
de aanleg van een nieuwe jagersplas. Deze waterpartijen zijn ideaal
ingericht voor het lokken van allerlei water- en weidevogels, waaronder
Kluut en Kievit.
bij het
samenstellen van deze webpagina werd gebruik gemaakt van “Ecologische
inventarisatie en visievorming
in het kader van integraal waterbeheer: stroomgebied van de
Heidebeek”, een studie uitgevoerd door de firma
ECOLAS in opdracht van AMINAL afdeling Water (september 2005).
|