|
Scholieren
werken in onze natuurgebieden
VTI Poperinge laat de mol weer los!
“Een mol in natuurgebieden,
daar is toch niets vreemds aan?” zie ik je denken. Wel bij deze mol. De
mollen uit dit verhaal maken namelijk deel uit van een groep leerlingen
uit de 4de middelbare BSO van het VTI Poperinge. Eind maart 2010 trekken
ze gedurende 4 dagen met 49 dapperen naar diverse natuurgebieden binnen
ons werkingsgebied om er educatief natuurbeheerwerk uit te voeren, samen
met enkele vrijwilligers van Natuurpunt. En ze zijn niet aan hun
proefstuk toe: het project “De Mol” gaat reeds zijn zesde opeenvolgende
jaargang in!
Wat het project juist inhoudt
en wat de doelstellingen zijn, vragen we aan Sofie Butaye, coördinator
bij de Bron vzw en Roland Delannoy, projectbegeleider, leerkracht en “oppermol”
aan het VTI te Poperinge.
Hoe
motiveer je 49 uit de kluiten gewassen scholieren van het Beroeps
Secundair Onderwijs om actief mee te werken aan natuurbeheer, liefst
op educatief onderbouwde wijze?
Roland:
Onder het motto ‘enkele dagen effectief met onze handen werken voor
natuur en milieu is beter dan er weken theoretische les over te geven’
werken we vanuit het VTI te Poperinge voor de zesde keer het project De
Mol uit, dit in navolging op ons project Witte Raven uit het eerste
trimester.
De eerste keer werd de
organisatie een heuse leerschool. Niet enkel de leerlingen, maar ook de
leerkrachten en directie moesten overtuigd worden van het nut van het
project.
We gingen van start met 3
begeleiders en 40 leerlingen van de afdelingen landbouw, tuinbouw, hout,
elektriciteit en metaal , waaronder flink wat land- en tuinbouwzonen. Die
waren erg sceptisch: ‘Ik ga wel niet werken voor de groenen hé
meester!’ - ‘We gaan toch niet moeten luisteren naar die groene?
Gaat zij ons eens zeggen hoe wij moeten werken (t.a.v. vrouwelijke
vrijwilligster)?’ ‘We gaan ze eens leren werken, sé!’.
Sofie:
De eerste keer was ook voor ons een leerschool. We krijgen niet vaak het
aanbod om 40 jonge mensen 3 dagen in onze natuurgebieden te laten werken.
Vanuit de De bron hadden we ons geëngageerd om voldoende materieel en
begeleiding te voorzien. We beschikken over bosmaaiers en kettingzagen,
maar voor de veiligheid van de leerlingen mochten ze die zelf niet
gebruiken. Wel ander materieel: spaden, schoppen, zeis, … Voor
aanplantingen is het geen probleem dat alles manueel gebeurt, maar voor
maai- en hakhoutbeheer is dat een ander paar mouwen. Die beperking houdt
in dat de machinewerken al
uitgevoerd moeten zijn en de leerlingen vooral kunnen afwerken en
opkuisen.
De gasten zelf merken daar
niet veel van, maar dit vergt wel een goede planning van het beheerwerk.
Het eerste jaar was ook het vinden van begeleiders niet zo evident. Onze
vrijwilligers gaan overdag meestal werken, niet elke vrijwilliger is
actief bezig met beheer of is het gewoon om te werken met “kritische” 16-jarigen.
Intussen kunnen we wel rekenen op een aantal vrijwilligers die
enthousiast aan dit project meewerken!
Roland:
Inderdaad, want niets is zo erg, om ergens te willen helpen met 40 à 50 leerlingen
en onvoldoende werk of materiaal voor handen hebben … Gelukkig werden die
kinderziekten vlug overwonnen.
Hoe
komen jullie op het idee van “De Mol”?
Roland:
Vanuit de school proberen we de leerlingen bewust te maken van de
actuele problematiek rond natuur
& leefmilieu binnen onze streek. Dat is niet altijd evident. Kort
voor de paasvakantie hebben de leerlingen van de 4de BSO geen examens.
Daarom waren we op zoek naar een project dat nauw aansluit bij hun
leefwereld. En zo werd De Mol geboren. Enerzijds is de mol een
heel nuttig zoogdier in het ecosysteem en krijgen de leerlingen in de
aanloop van het project de link al mee over ecologie in het vak P.A.V.
Om het project anderzijds een
leuk, uitdagend en eigentijds karakter te geven, werd onze de mol
letterlijk én figuurlijk een onderkruiper. De Mol kan er voor zorgen dat
er heel wat zaken verkeerd lopen, zoals in het gelijknamige TV-programma
op de VRT.
De leerlingen worden verdeeld
in 5 groepjes van 9 tot 10 leerlingen, door elkaar. Op deze manier leren
de leerlingen van de verschillende afdelingen mekaar beter kennen en
bovendien kunnen ze heel wat van elkaar leren door samen te werken.
In ieder groepje wordt één mol
aangeduid voor het hele project. Die moet een aantal subtiele,
niet-milieuvriendelijke daden verrichten en daar dagelijks per mail
verslag over uitbrengen bij de Oppermol. Zo kan ik hen ook opvolgen. De
andere leerlingen zoeken tijdens het project naar dat niet-natuur- of
milieuvriendelijk gedrag, en proberen tegen het eind van het project De
Mol te ontmaskeren. Op die manier krijgt het hele project een extra
dimensie met een spannend, leuk karakter.
Hoe
wordt het project praktisch georganiseerd?
Roland:
Voor de uitwerking en invulling van het project wordt samengewerkt met
Sofie van De Bron. Wij motiveren onze leerlingen en leerkrachten. De Bron
legt contacten met andere partners, zoals ANB, de provincie, de
gemeenten, om voldoende werk in diverse natuurgebieden te plannen.
Daarnaast wordt uitgekeken voor genoeg begeleiding en materieel. In de
natuurgebieden is er in deze periode nog veel werk in de reservaten:
knotten van bomen, aanplanten van streekeigen groen, opruimen van takken,
hakhoutbeheer, rietvelden vrijmaken …
Sofie:
Tijdens die vierdaagse (25, 26, 29, 30 maart) proberen we de leerlingen
zoveel mogelijk te informeren over natuur en landschap. Tijdens dag 1
maken ze kennis met het Vlaams Bezoekerscentrum De Otter. Een
interactieve presentatie informeert over de werking van Natuurpunt en De
Bron vzw. Daar wordt een actuele
film over de klimaatopwarming aan gekoppeld, het geheel wordt afgesloten
met een natuur- en milieuquiz. Aanvullend gaan ze op stap in het
natuurgebied De Blankaart met een natuurgids en krijgen ze heel wat
informatie mee over de geschiedenis, het ontstaan, de waarde en het
beheer van het natuurgebied.
Roland:
Tijdens de volgende 3 dagen wordt er gewerkt in de regio of in de buurt.
Om de ecologische voetafdruk te beperken komen de leerlingen met de fiets
naar school en verplaatsen zich, indien haalbaar, per fiets naar de
natuurgebieden. Elke dag wordt er voor een nieuwe klus in een ander
gebied gezorgd.
Sofie:
Zo blijft het boeiend voor de leerlingen: ze leren minstens 3
verschillende natuurgebieden kennen, elk met hun specifieke biotopen,
planten en/of dieren. Ook het werk verschilt: bosjes of houtkanten
aanplanten, knotten van bomen, opruimen van takken, maaien, vrijzetten en
opsnoeien van plantgoed, overzetten van padden, hakhout afzetten, … Iedere morgen verzorgen we een korte
inleiding: wat zijn de kwaliteiten van het gebied, welk beheer wordt er
toegepast, waarom werd het aangekocht of beschermd, wat wordt er van de
leerlingen verwacht … Op het terrein worden de jongeren zowel door de
beheerders als door leerkrachten begeleid.
Roland:
De leerlingen vullen elke dag een dagboekje in, de Mollenpijp. Ze
beschrijven de opdrachten en leren deze evalueren. De ‘Mollencode’,
een twintigtal leefregels,helpt de leerlingen om een aantal eindtermen te
realiseren tijdens het project. Ze vullen ook elke dag in wie volgens hen
De Mol in hun groep is, en waaraan ze dat gemerkt hebben.
Wat
zijn zo de frappantste mollenstreken geweest?
Roland:
Het
eerste jaar waren vrijwilligers van Natuurpunt aan de slag geweest met de
kettingzaag. Na de middagpauze sputterde de machine, ze wou niet meer
starten. Pech, zo werd eerst gedacht. Na wat proberen en zoeken, bleek
dat de ‘bougie’ losgedraaid was. ’s Avonds uit de e-mail bleek dat de mol
had toegeslagen.
Twee jaar geleden fietste een
groep tot in De Katteputten in Hollebeke-Ieper. Toen ze terug wilden
komen, bleken alle banden van de fietsen plat, behalve van één. De mol
had ook zijn eigen fietsbanden plat gelaten. Zo wist hij iemand anders
verdacht te maken.
Minder leuk was de
mollenstreek in het heidegebied van het Zandvoordebos. Alle berken
moesten er verwijderd worden. De mol
had er niet beter op gevonden om zoveel mogelijk berkenzaad te
verspreiden … Tja, toen hebben we toch moeten ingrijpen ... Ook de mollen
moeten leren zich te houden aan de basisregels van beheer.
Hoe
evalueer je het project na zoveel jaren?
Roland:
We kijken elk jaar weer uit naar een nieuw mollenproject! Dankzij de
voorbereiding van de leerkrachten (vooral Bert Raman en Dries Watthy), de
inzet van vrijwilligers van De Bron vzw en Natuurpunt, de domeinwachters
van het provinciedomein De Palingbeek en van ANB, en enkele actieve
milieuambtenaren in de gemeenten, krijgt het project heel wat
slaagkansen. Jongeren zijn op die leeftijd niet altijd gevoelig voor
natuur, maar dergelijke projecten vormen een boeiende en verrassende
kennismaking met natuurgebieden, planten, dieren én mensen. Ook het
enthousiasme waarmee de vrijwilligers zelf met de leerlingen aan de slag
gaan, is bepalend voor het welslagen.
Sofie:
Zelf begeleid ik de kennismakingsdag en dan zie je onmiddellijk in de
groep wie luistert en enthousiast is. Daarnaast probeer ik ook op de
werkdagen zelf de handen uit de mouwen te steken. In het begin zijn de
leerlingen wat verlegen, wat afstandelijk … Maar na een uurtje komen de
tongen los. Voorwaarde is wel dat je als begeleider zelf voldoende
meewerkt!
Dan komen de vragen: “Wat
is jouw werk juist? Heb jezelf een tuin en werk je daar veel in? Hoe sta
jij tegenover de quads en de rally van Ieper? Wat denk je van de vissers
en de aalscholver?”. Dat vind ik net heel leuk. Al werkend kun je
gespreksonderwerpen aansnijden uit hun eigen leefwereld. En je kunt de
leerlingen echt doen nadenken over hun vooroordelen t.a.v. natuur en
milieu. En bovendien: 15- tot 16-jarigen kunnen bergen werk verzetten! We
zien ze graag elk jaar terug!
Roland:
Door de jaren heen, hebben we het project natuurlijk wat bijgeschaafd. We
sluiten het project af met een ontbijt op dag 5. Dan worden de mollen
onthuld en krijgen de leerlingen de foto’s van alle projecten en werken te
zien. Aan hun onderlinge commentaar merk je wel of ze zich al dan niet
geamuseerd hebben. Zo zien ze zichzelf terug, maar ook welk werk de
andere groepen hebben uitgevoerd. Sommigen worden dan zo kritisch dat ze
voor een volle groep commentaar leveren. Ook als er iemand niet heeft
meegewerkt, durven ze het luidop
zeggen.
Sofie:
Ondertussen breiden de natuurgebieden ook verder uit. Natuurpunt koopt
heel wat gebiedjes op, maar niet elk gebied leent zich tot evenveel
beheerwerk. Ook de variatie van de werken over die 3 verschillende dagen
is van belang om de leerlingen enthousiast te houden.
Zijn
de leerlingen nadien nog altijd zo sceptisch t.a.v. de groene beweging?
Sofie:
Het zijn 16-jarigen en leerlingen uit een technische school: techniek,
machines, motoren, als het maar vooruit gaat, en gelijk hebben ze. Op die
leeftijd was ik ook niet bezig met natuurbeheer of natuurbeleving.
Het leuke na zoveel jaren De
Mol is wel dat, wanneer ik in Poperinge ben of ergens uitga, leerlingen
die aan De Mol meededen mij soms spontaan aanspreken: ‘Mevrouw, hoe is
het nog met de natuur?’ of ik krijg een knikje, waardoor je merkt dat
de impact van het project zeker niet min was. Ik heb zelfs leerlingen van
de eerste keer reeds mogen begroeten op natuuractiviteiten. Het blijft
bij sommigen toch wel hangen!
Tekst: redactie De Bron vzw
Meer weten over De Mol?
Contactpersoon: Sofie Butaye, tel. 051 54 52 44, info@debron.be.
|